Maatschappelijke ontwikkelgolven

Maatschappelijke ontwikkelgolven

Deel 2 van de rede uitgesproken bij de aanvaarding van het ambt van hoogleraar Strategisch Leiderschap aan de Nyenrode Business Universiteit op 5 april, 2017.
Door Prof. dr. Bob de Wit

Deel 2: (lees ook deel 1)

Kort historisch perspectief

Ik begin met een kort historisch perspectief op onze samenleving, om de huidige tijd en de toekomst te kunnen begrijpen. Bij voorbaat excuses aan historici voor het ontbreken van de vele details, de ultrakorte samenvatting van een lange periode en mijn eigen bedrijfskundige interpretaties.

Welnu. Na duizenden jaren een nomadisch jagend en verzamelend bestaan te hebben geleefd, kon de mens zich op één plek vestigen door vruchtbaar land te bewerken. Dit wordt door historici de neolithische revolutie genoemd: het begin van een agrarische samenleving. In deze eerste golf vormde het grootgrondbezit de basis van een heersende maatschappelijke positie. In de eeuwenlange opbouw van agrarische samenlevingen met een feodale machtsstructuur ontstond ook handel, eerst vooral van agrarische producten en later ook van andere producten zoals textiel. Steden ontwikkelden zich en er ontstond internationale handel.

Moedernegotie

De merkbare gevolgen van de handelsrevolutie voor Nederland, het begin van de tweede golf, vonden plaats in de vijftiende eeuw met een explosieve handel met de Oostzee als gevolg van graantekorten in West-Europa. Deze graanhandel wordt ook wel de moedernegotie genoemd(1).

(1) Het bekendste document waarin de Oostzee-handel als “moedernegotie” wordt gepresenteerd is De Deductie (1654) van raadspensionaris Johan de Witt. Hij verwijst naar de Baltische graanhandel als de ruggengraat van de Nederlandse economie, ‘de moeder aller handel’. Als startpunt van de Baltische graanhandel wordt het jaar 1438 genomen, toen de Hollanders vrije doorgang tussen Zweden en Denemarken kregen. In de daaropvolgende jaren slaagden de Hollanders erin de handelaren van Lübeck definitief uit het gebied te verdrijven. Zie bijvoorbeeld Jonathan Israel, The Dutch Republic. Its Rise, Greatness, and Fall 1477-1806, Clarendon Press, Oxford, 1995; en Martijn Lak, De moedernegotie, Historisch Nieuwsblad, juni 2007.

Het was de moeder van alle Nederlandse handel en zorgde voor een enorme stimulans voor de Nederlandse economie zoals voor scheepsbouwers, zeilmakers, kaartenmakers, textielbewerkers, en handelaren. De handel werd uitgebreid naar het Middellandse Zeegebied, waar geregeld een tekort was aan graan, en later ook verder naar het oosten en het westen met de beroemde Verenigde Oost-Indische Compagnie en de West-Indische Compagnie.

De zeventiende eeuw

In de zeventiende eeuw, onze Gouden Eeuw, was Nederland zelfs het machtigste land op aarde. De vraag naar werkgelegenheid nam alsmaar toe en de economie groeide. De economische macht verschoof van grootgrondbezitters naar kooplieden, en de politieke macht kwam te liggen bij regenten. Nederland was een republiek, geleid door twee broers van een bekende familie uit Dordrecht. Maar dit terzijde.

Halverwege de achttiende eeuw, ongeveer 300 jaar na het begin van de handelsgolf, zorgde een nieuwe technologie, de stoommachine, voor nieuwe productiemethoden. Het bleek het begin te zijn van een industriele samenleving, de derde golf. Als beginpunt van de industriële revolutie wordt veelal de uitvinding in 1764 van James Hargreaves genoemd, Spinning Jenny, het eerste machinaal aangedreven spinnewiel. De textielsector was in die tijd een belangrijke sector(2), zowel wat betreft de waarde van de output als de werkgelegenheid en het geïnvesteerde kapitaal, en was tevens koploper in het toepassen van moderne productiemethoden.

Met de stoommachine, en later ook andere technologieën zoals de verbrandingsmotor, werd een veelheid van producten in massa geproduceerd. Er ontstonden grote bedrijven om massaproductie mogelijk te maken, en die zorgden voor geheel nieuwe beroepen zoals kenniswerkers. En vooral waren er heel veel mensen nodig om de productie mogelijk te maken. Voor het eerst in de geschiedenis kregen de meeste mensen werk en daarmee ook inkomen dat zij konden besteden aan consumptie en het aanschaffen van luxeproducten zoals radio’s en auto’s.

Een welvarend leven was niet langer een exclusief voorrecht voor de rijken en machtigen. De macht van gewone werkende mensen groeide. Er ontstonden vakbonden om hun belangen met de eigenaren te onderhandelen. De maatschappij veranderde opnieuw: niet grootgrondbezitters of kooplieden maar industriëlen kregen de economische macht, en ook het politieke systeem ging op zoek naar een nieuwe vorm. Halverwege de achttiende eeuw werd een variant van de democratie ingevoerd: de parlementaire democratie. Een directe democratie zoals de Atheners het destijds bedacht hadden was het niet3, eerder een indirecte feodale democratie.

Momenteel leven we aan het einde van de industriële golf, die tot veel welvaart heeft geleid en die daarom historisch gezien uniek mag heten. Onze welvaart hebben we te danken aan de effecten van het industrialiseren van onze samenleving, de industriële revolutie, en de menselijke arbeid die hiervoor nodig was. Problemen zijn er natuurlijk ook: we hebben van de aarde bijvoorbeeld een vuilnisbelt gemaakt met wellicht onomkeerbare gevolgen. We zijn losgejubeld van de aarde waarop we leven.

(lees hier verder)

(2) De productie en handel van textiel was in Groot-Brittannië veel groter dan in Nederland waar vooral in specerijen werd gehandeld. Het is daarom begrijpelijk dat Spinning Jenny in Groot-Brittannië werd uitgevonden, en ook dat Groot-Brittannië Nederland in de industriële golf opvolgde als machtigste land ter wereld.